Vastentijd

De vastentijd, veertigdagentijd of quadragesima is de periode die begint op Aswoensdag als voorbereiding op het paasfeest. De veertigdagentijd is een periode van vasten en bezinning op de feitelijke christelijke levenspraktijk. Alhoewel er zesenveertig dagen verlopen tussen Aswoensdag en Pasen (einde van de vastentijd), wordt er traditioneel (binnen de Katholieke Kerk) niet gevast op de zes zondagen tijdens die periode, waardoor de totale duur van de vastentijd op veertig dagen uitkomt. De laatste week vóór Pasen wordt niet meer gerekend tot de ‘veertigdagentijd’, maar tot de Goede week.

Vroegchristelijk vasten…

In de vroegchristelijke tijd vastte men tot zonsondergang. Onder andere koning David en de profeet Daniël vastten in voorchristelijke tijden al, om Gods hulp en steun te zoeken. Ook Jezus ging direct na zijn doop veertig dagen vasten. Rond het jaar 250 werd dit vasten uitgebreid naar alle dagen van de Goede Week, terwijl het Concilie van Nicaea in 325 getuigt van een veertigdagenvasten.

Katholieke Kerk en vasten

De vastentijd begint voor katholieken op Aswoensdag, wanneer het askruisje wordt toegediend. De periode eindigt met Pasen. De vastenperiode duurt in totaal 46 dagen. Op 40 dagen wordt er daadwerkelijk gevast, alleen de zes zondagen zijn hiervan uitgezonderd. Vasten wordt voorafgegaan door de Vastenavond en het carnaval. De kerk heeft in de loop der eeuwen de regels omtrent het vasten versoepeld. In de negende eeuw verschoof men de enige maaltijd van zonsondergang naar 3.00 uur, vanaf de veertiende eeuw naar de middag.

Onthoudingsgebod door de bisschoppen opgelegd

Volgens de geboden van de Katholieke Kerk moeten katholieken vanaf 14 jaar zich op vrijdagen en enige andere dagen, zoals Aswoensdag, onthouden van het gebruik van vlees of van een ander voedsel volgens de voorschriften van de bisschoppenconferentie (onthoudingsgebod). In het nieuwe kerkelijke wetboek van 1983 blijft het onthoudingsgebod nagenoeg ongewijzigd, op vrijdagen en op Aswoensdag. Onthouding samen met vasten wordt gevraagd op Aswoensdag en op Goede Vrijdag (vastengebod). Minderjarigen en zestigplussers worden ontheven van het vastengebod. De bisschoppenconferenties hebben de bevoegdheid het onderhouden van vasten en onthouding nader te bepalen en ook andere vormen van boete zoals liefdadigheidswerken en oefeningen van vroomheid geheel of gedeeltelijk in de plaats te stellen van vasten en onthouding. De Katholieke Kerk is in de loop der eeuwen minder streng geworden bij het voorschrijven van het vasten en heeft ook alternatieve vormen van vasten en onthouding voorgesteld.

Regeling met vasten

De regeling met vasten is dus als volgt:

  • Boetedagen: elke vrijdag in het gehele jaar, én de gehele veertigdagentijd (d.i. van Aswoensdag tot en met Stille Zaterdag).
  • Onthoudingsdagen: Aswoensdag en elke vrijdag in het gehele jaar (inclusief Goede Vrijdag), tenzij deze samenvalt met een Hoogfeest.
  • Vastendagen: Aswoensdag en Goede Vrijdag.

 

Quateremperdagen

Ook zijn er de zogenaamde Quatertemperdagen, waarmee elk van de vier seizoenen van het jaar wordt begonnen.

De verschillende zondagen van de vastentijd hebben een specifieke naam. De eerste vijf zondagen ontlenen hun naam aan de beginwoorden van het introïtusgezang:

  • Eerste zondag: Invocabit
  • Tweede zondag: Reminiscere
  • Derde zondag: Oculi
  • Vierde zondag: Laetare (halfvasten)
  • Vijfde zondag: Judica
  • Zesde zondag: Palmzondag (Dominica in Palmis)

De laatste week, de Goede Week, is het hoogtepunt van de vastenperiode. Van deze week is het triduüm samen met de Paasdag het absolute centrum van het liturgische jaar. Het Triduüm Sacrum omvat de dagen Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Traditioneel zijn deze dagen nog sterker aan het gebed gewijd. Er bestaat ook een traditie om deze dagen in retraite door te brengen.

Voorvasten

De voorvasten is de liturgische periode van tweeënhalve week die voorafgaat aan Aswoensdag. Ook deze periode heeft een boetekarakter, zij het wat milder dan de veertigdagentijd. Bij de aanpassing van de liturgische kalender na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werden de drie zondagen van de voorvasten niet meer opgenomen en vervangen door gewone zondagen door het jaar. Katholieken die de Tridentijnse liturgie volgen met de daarbij horende liturgische kalender, vieren deze zondagen nog steeds.

Hongerdoek

Gedurende de vastentijd werd in de kerk vroeger een vasten- of hongerdoek opgehangen tussen het middenschip en het priesterkoor ter bedekking van het altaar. Dit gebruik is in sommige kerken in ere hersteld, de doek toont dan meestal afbeeldingen van armoede in ontwikkelingslanden. Tussen Aswoensdag en Pasen voert de Katholieke kerk in Nederland een gezamenlijke Vastenaktiecampagne, een periode waarin men mindert voor een ander en geld werft voor projecten in ontwikkelingslanden.

Gerard Bol (bron: Wikipedia)