Broeders en zusters,
medegelovigen in het bisdom Rotterdam,
In de afgelopen dagen klonk regelmatig de verzuchting ‘daar gaan we weer’ als reactie op het weer toenemen van het aantal corona-besmettingen. Velen van ons hadden het gevoel dat na de zware maanden in het voorjaar en het daarna weer op gang komen van het maatschappelijk leven, ondanks de nodige beperkingen op allerlei gebied, nu toch betere tijden zouden gaan aanbreken.
Maar deze week kondigde de regering aangescherpte maatregelen aan voor de komende drie weken om verdere verspreiding van het virus terug te dringen. Thuis mogen we maximaal drie gasten ontvangen.
In een bioscoop of restaurant mogen we met maximaal vier mensen samen afspreken. Sportkantines zijn dicht, winkels laten alleen klanten toe als er genoeg ruimte is en we moeten reserveren voor bezoek aan een museum of bibliotheek.
In het kerkelijk leven kregen we te maken met richtlijnen en maatregelen om op een veilige manier het vieren van de liturgie te kunnen hervatten. Ik ben dankbaar dat in parochies en instellingen met veel inzet is gewerkt om de nodige veiligheid in onze kerkgebouwen te realiseren, uit zorg voor de voortgang van het gebed en de eredienst aan God en uit zorg voor elkaars gezondheid als dienst aan de medemens.
Op basis van onze katholieke mensvisie weten wij dat wij als mensen niet zomaar individuen zijn, maar personen met een wederzijdse verantwoordelijkheid in de gemeenschap die we met elkaar vormen.
Velen van ons hebben de ervaring dat we door de gevolgen van corona minder greep hebben op ons leven. Juist wanneer wij als mensen in de huidige omstandigheden geconfronteerd worden met een kwetsbare gezondheid, verlies van werk, eenzaamheid, studieproblemen, angst die toeslaat en die somber kan maken.
De verzuchting ‘daar gaan we weer’ kan de indruk wekken dat we in tijden van corona niets kunnen ondernemen en louter worden meegesleurd. Gelukkig heb ik gezien en gehoord dat veel mensen in parochies en instellingen niet alleen hebben afgewacht, ondanks dat de schrik er soms goed in zit. Ik ben dankbaar voor de verschillende pastorale en diaconale initiatieven.
We mogen persoonlijk ervaren dat het Woord van God niet verlamt, maar ons in beweging houdt, en helpt om ons hart te blijven openen en waakzaam te zijn in de geest van het Evangelie. De apostel Paulus schrijft: niets kan ons scheiden van de liefde van Christus (cf Romeinen 8, 35-38). Het getuigt van geestelijke veerkracht en het is een daad van geloof, wanneer wij juist in deze tijd werk blijven maken van liturgie en gebed, van catechese en diaconie.
De Kerk die geroepen is om een netwerk van liefde te zijn in de wereld van nu, geeft gestalte aan deze opdracht van Christus, telkens wanneer we als gelovigen bidden, liturgie vieren en trouw zijn aan de sacramenten, als we daadwerkelijk komen tot daden van liefde en op een dienstbare manier bouwen aan gemeenschap en solidariteit, dichtbij én verder weg.
Het Woord van God nodigt uit om op onze beurt een woord van God te worden tot bemoediging en steun voor onze naaste (cf. Titus 3, 8). Met het evangelie in het hart, kan ieder van ons ook zelf een woord van God worden voor mensen die wij ontmoeten, telkens wanneer wij de liefde van Christus verspreiden, en in woord en daad naar de Heer verwijzen.
Zo kan ‘daar gaan we weer’ in missionaire zin in plaats van een verzuchting een uitdrukking worden van geloof, hoop en liefde, telkens wanneer wij de moed hebben om in beweging te komen en volharden in gebed en liturgie, in caritas en diaconie, in pastoraat en huisbezoek, in catechese en geloofsgesprek.
Juist in deze tijd van crisis wil ik u vragen om samen te blijven bidden dat het ons nooit aan de nodige inspiratie, bemoediging en troost van de Heilige Geest zal ontbreken. Aan het begin van de maand oktober, die geldt als de maand van de rozenkrans, mogen wij ons in vertrouwvol gebed aansluiten bij Maria die alles in haar hart bewaart (cf. Lucas 1, 51).
Rotterdam, 2 oktober 2020
+ Johannes van den Hende
Bisschop van Rotterdam