Een 175-jarig parochiejubileum… maar hoe oud zijn we eigenlijk?

Katwijk aan den Rijn en Katwijk aan Zee in 1627

In de schitterende geschiedkundige serie ‘Denkend aan vroeger…’ van de hand van Richard Hulmer, met maandag 3 januari de laatste aflevering, verhaalde hij ook diverse keren over de geschiedenis vanaf 1846. Toen werd de zaalkerk in de Groote Steeg ingewijd. Maar hij blikte in verscheidene afleveringen ook terug op de katholieke geschiedenis in de eeuwen ervoor. Doordat we geregeld de vraag kregen: ,,Hoe zat het nu ook alweer, onze parochie is toch veel ouder?”, hebben we uit Hulmers prachtige afleveringen alles op een rijtje gezet wat die vroegere katholieke geschiedenis betreft. Een must voor de liefhebber van onze lokale katholieke geschiedenis. Veel leesplezier!    

Onze huidige kerk van de H. Johannes de Doper (Geboorte) dateert uit 1911, maar de parochiegeschiedenis heeft zelfs een middeleeuwse oorsprong. Het is bekend dat er sinds 1356 een eigen begraafplaats was en in 1388 werd een zelfstandige parochie met eigen pastorie opgericht. Katwijk aan Zee had een hulpkerk en Rijnsburg was vooral bekend om haar abdij. Tot die tijd viel Katwijk parochieel onder het vlakbij gelegen Valkenburg, een parochie die op haar beurt al in 866 werd genoemd.

Abdij in Rijnsburg

Duitse Orde in Katwijk

Graaf Willem ll
Een commandeur der Duitse Orde

Nadat het recht om daar een pastoor te benoemen en het recht op de opbrengsten, het zogeheten patronaatsrecht, eerder bij de graaf van Holland lag, ging dat door graaf Willem II  in 1241 over naar de in Utrecht gevestigde Duitse Orde. In het kielzog daarvan is ook de kerk van Katwijk door de Duitse Ridders bediend. Het waren de commandeurs die daar als pastoor werden benoemd, zoals Gerrit Vermaat die pastoor was in 1535 of François Worms rond 1595.
Tegelijk bediende de Duitse Orde ook Valkenburg dat kerkelijk inmiddels door Katwijk overvleugeld was geraakt. De Katwijkse kerk kennen we nu als de grotendeels uit de vijftiende eeuw daterende Nederlands-Hervormde kerk (PKN) in de kern van het dorp. In zijn huidige gedaante verving deze de uit de dertiende eeuw daterende leprozenkapel die als het oudste godshuis van Katwijk geldt.

Geschiedenis van de leprozenkapel

Dorpskerk Katwijk aan den Rijn en voorheen de plek van de leprozenkapel

In 1295 had pastoor Willem een geschil met een groep parochianen. Een zekere vrouw Hylla, een leprapatiënt, had in Katwijk een kleine kapel gebouwd om daar met andere leprapatiënten de mis te kunnen vieren vanwege besmettingsgevaar. Nu bleek dat steeds meer Katwijkers die kapel gingen bezoeken in plaats van de kerk in Valkenburg ondanks de kans op besmetting. Aangezien de kerk in Valkenburg haar inkomsten drastisch zag teruglopen eiste pastoor Willem dat de diensten in de kapel onmiddellijk werden stopgezet. Tenslotte besliste de bisschoppelijke rechter dat de pastoor gelijk had, het gevolg was dat Hylla haar kapel moest sluiten. In 1343 kreeg Katwijk toch een kapel, gewijd aan St. Joan Baptista (Johannes de Doper). In deze periode namen de beide Katwijken aanzienlijk toe in inwonertal. In 1353 hebben de beide Katwijken een eigen pastoor, ene Jacob. En in 1388 kreeg Katwijk haar eigen parochie.

Hoe was het met de Reformatie in Katwijk?

Over het pre-reformatorische Katwijk is bekend dat er een bijzondere Mariaverering moet zijn geweest. Van Herwaarden wijst op een in Leiden opgelegde bedevaart naar O.L. Vrouw ‘tot Catwijc’ d.d. 15 januari 1472. Bovendien wijst hij op het bestaan van de Katwijkse O.L. Vrouwe Broederschap. In de doopkapel van de middeleeuwse kerk stonden een Maria-altaar en een Mariabeeld dat volgens het iconografische type van de Sterre der Zee zou zijn uitgevoerd. Of er omvangrijke bedevaarten plaatsvonden is niet bekend. De verering had waarschijnlijk een tamelijk bescheiden karakter.

Evenmin is bekend wanneer precies de Reformatie in Katwijk vaste grond onder de voeten kreeg. Wel weten we dat de laatste pastoor er tot de nieuwe geloofsrichting overging, en dat moet zo rond 1570-1580 zijn geweest. Dat was Wouter van Barneveld op wiens grafzerk in de middeleeuwse kerk van Katwijk 1582 als overlijdensjaar is vermeld. Verder is bekend dat in deze kerk op Pasen 1592 het Avondmaal is gevierd. Er was overigens slechts een kleine hervormde gemeenschap, de meeste inwoners van Katwijk bleven katholiek. Zij gingen ‘ondergronds’ en zouden van 1646 ‘gewoon’ tot 1846 in de Oegstgeestse statie kerken. En als we over beide Katwijken spreken in 1694 dan hebben we het over respectievelijk 154 en 100 huisjes.

En toen was er in 1846 de zaalkerk aan de Groote Steeg… eindelijk

Bruggestraat-Turfmarkt 1910

Nadat er in de Franse tijd gelijkberechtiging van godsdienst was gekomen en de katholieken in de gelegenheid waren om adequate nieuwe kerken te bouwen, is in Katwijk in 1846 eindelijk een eigen kerk gebouwd. In 1795 was daartoe al een poging gedaan maar de Oegstgeester pastoor verhinderde dat. Uiteindelijk kon het nieuwe godshuis als een bijkerk worden gebouwd. Maar al in 1847, een jaar na de ingebruikname, kregen de Katwijkse katholieken de status van een eigen statie. In 1858 is de statie tot de zelfstandige parochie van Johannes de Doper verheven. Tot die parochie behoorden toen Katwijk, Valkenburg en het grootste gedeelte van Rijnsburg.
Het waterstaatskerkje uit 1846 is de voorganger van onze huidige kerk uit 1911. Het stond aan de Groote Steeg, vlakbij de Achterweg. Zoals door Kalf in 1906 is vermeld werd het kerkje gebouwd door de plaatselijke timmerman Verloop. Voor een bedrag van f 5775,- sloopte hij de op die plek staande kolfbaan en stal van logement De Palmboom. De herberg werd behouden en omgevormd tot pastorie, een deftig twee laags pand met een symmetrische voorgevel en een schilddak. De op 9 juli 1846 door bisschop De Wijkerslooth (1786-1851) ingewijde kerk was een eenvoudig zaalkerkje.

Literatuur:

  • L. Dubbelaar, ‘De Rooms-katholieke kerk te Katwijk aan de Rijn’, in: ‘Oud Katwijk’, 1992, nr. 2, 18-20 en nr. 3 14-18.
  • J.G. Endhoven, ‘Bedevaart als straf. Door het Leidse gerecht opgelegde bedevaarten van 1370- 1500’, in: ‘Leids Jaarboekje’, 70 (1978), 32-68.
  • J. van Herwaarden, ‘Opgelegde bedevaarten’, Assen / Amsterdam 1978, 695 (cf. 728).
  • J. Kalf, ‘De katholieke kerken in Nederland’, Amsterdam 1906, 292.
  • D. Parlevliet, ‘Historische Atlassen van Katwijk en Valkenburg’.
  • W.A. Poort, ‘Rondom de oude Rijnmond. Katwijk aan Zee in de kringloop der eeuwen’, Katwijk 1951.
  • H.P.R. Rosenberg, ‘De 19de-eeuwse kerkelijke bouwkunst in Nederland’, ‘s-Gravenhage 1972.
  • J. de Wit, ‘Kerk & Kunst. Kruiswegstaties. R.K. Parochie H. Joannes de Doper, Katwijk aan den Rijn’ Katwijk, sept. 2003.
  • ‘Kerkcollectie digitaal’ van het Museum Cataharijneconvent.